Start pagina

Goedemiddag, welkom op de website van Stichting Historische Kring Ursem. 

U kunt hier terecht voor algemene informatie over de stichting, haar bestuursleden en medewerkers, nieuws van de stichting, nieuwe en oude foto’s en artikelen over Ursem, Rustenburg, Noorddijk, Mijzen en een gedeelte van de Schermerpolder.

Vergeten oud-Ursemmer postuum geëerd.

Frans Mak (Corzoon) krijgt op 25 september j.l. een telefoontje met de vraag of hij misschien familie is van Sergeant Jacobus Mak. “Ja”, zegt Frans, “dat was mijn oom, een broer van mijn vader.” En of hij nog foto’s heeft van deze oom en of hij weet wat er gebeurd is tijdens de oorlog in Nederlands Indië. Voor foto’s moet hij zijn zus Alie raadplegen en Frans weet alleen dat ome Jaap in Indonesië zat en daar is verdronken. Punt. De beller blijkt luitenant kolonel b.d. Jacques Z. Brijl te zijn die zich al enige jaren verdiept in de achtergronden van al dan niet gesneuvelde “Indiëgangers”. Door zijn onvermoeibare inzet en positieve benadering heeft defensie ingezien dat men in het verleden veel te ver van de achterblijvers af heeft gestaan en is er begrijpelijkerwijs nog steeds veel ongenoegen en soms boosheid onder de nabestaanden van deze mensen, die hun leven hebben gegeven voor hun vaderland in het verre Indië. Nabestaanden die vaak niets afweten van wat er foto1precies met hun opa, vader of oom is gebeurd. Vele archieven zijn opengegaan en defensie geeft inmiddels alle medewerking als het gaat om nooit opgehelderde feiten. Bij een onderzoek door de heer Brijl naar een andere militair, stuit hij eind september op de naam Mak, Brijl gaat op onderzoek uit en komt bij Frans terecht. Als je in het dorp vraagt wie er nog iets weet van Jaap Mak, dan is het meest gehoorde verhaal dat hij het door de ontberingen daar in Nederlands Indië niet meer zag zitten en het water in is gesprongen. Binnen de familie valt het woord deserteren zelfs; Jaap (geboren 21 juli 1909) zou één dag na zijn 38e verjaardag op 22 juli 1947 de benen hebben genomen en is toen verdronken. De feiten liggen anders en loochenstraffen de dorpsverhalen, die een eigen leven zijn gaan leiden tot zichtbare opluchting van de familie. Op woensdag 9 december j.l. heeft Frans het oorlogsherinneringskruis overhandigd gekregen uit handen van Luitenant ter Zee II b.d. de heer S. Jeekel, bijgestaan door zijn vrouw mevr. N. Jeekel die in samenwerking met de heer J.Z. Brijl onderzoek hebben gedaan naar Sergeant Infanterie Jacobus Mak, die gelegerd was te Magelang op Java.

De onderscheiding bleek oom Jaap vanwege zijn Moed en verdiensten in november 1946 toegekend te zijn, de familie was hiervan niet op de hoogte. Oom Jaap is gesneuveld op 22 juli 1947 te Palembang, door vijandelijk vuur terwijl hij in actie met een landingsvaartuig op een rivier een geschikte plek zocht om aan land te gaan. Zijn lichaam is echter nooit gevonden. De Stichting OGS (Oorlogs Graven Stichting) heeft daarom zijn naam opgenomen in één van de 42 gedenkboeken teneinde de nagedachtenis aan Jaap en velen die in het verre Oosten hun leven gaven, in ere te houden. Er is een schat aan informatie losgekomen bij het onderzoek naar Sergeant Infanterie Jacobus Mak. Hij blijkt op 24 foto2februari 1942 net voor de capitulatie van het KNIL begin maart van dat jaar, te zijn getrouwd en heeft zelfs een zoon die…Frans Mak heet! Nee, we zijn nog niet zover dat deze Frans al is opgespoord, hij kan nog steeds in Indonesië wonen, maar ook hier ergens in Nederland rondlopen. De familie is zichtbaar geëmotioneerd bij het overhandigen van de envelop met documenten die voor hen eindelijk inzage geven in het leven van hun oom, nu bijna 70 jaar geleden. Geen verhalen meer die een eigen leven gaan leiden maar een bij koninklijk besluit toegekend erekruis, het OHK en eerherstel voor Oom Jaap. “Ere wie Ere toekomt” zou mijnheer Brijl zeggen. Als Historische Kring Ursem mochten we op de voorste rij zitten bij de overhandiging van deze Ere-medaille en we zullen in de katern van volgend jaar een uitgebreid artikel opnemen over deze “verloren zoon” uit Ursem. Van zijn jaren in Japans krijgsgevangenschap, tot het werken in de Japanse kolenmijnen en het verloop van zijn militaire loopbaan. Een artikel dat licht werpt op een toch wel donkere en zeker onderbelichte periode tijdens onze koloniale escapades in de periode van 1940-1945 in Nederlands Indië.

Nico Mulder

Glossy

De katern 2014 van de Historische Kring Ursem is uit! De abonnees hebben het blad inmiddels in de bus gekregen en de plof op de mat was aanzienlijk zwaarder dan in voorgaande jaren. Geen blad meer in het bekende A-5 formaat met twee gaatjes, maar een twee maal zo groot exemplaar in een fleurige jas. En van gaatjes is (gelukkig) niets te bekennen. We denken dan ook dat we best een beetje trots mogen zijn op het uiteindelijke resultaat. Diverse over het land uitgewaaierde ex-Ursemmers hebben ons al laten weten dat zij zeer verguld waren met de nieuwe katern. Schreef ik in het voorwoord dat het blad nog net niet kan wedijveren met de LINDA of de JAN, ik heb de proef op de som genomen. Bijgaande foto laat zien dat de “Geschiedenis van Ursem” de confrontatie glansrijk doorstaat. Inderdaad GLANS-rijk! Op de andere foto die hierbij is afgedrukt ziet u hoe onze voorzitter Co Groot het ‘eerste’ exemplaar overhandigt aan Ralf Tijm van de Sparwinkel aan de Ammerdorfferstraat. Een kort officieel moment dat natuurlijk hoort bij het bereiken van zo’n mijlpaal. Voor de niet-abonnees een reden om spoorslags een bezoekje te brengen aan de Spar, want ook daar kunt u bij de kassa voor € 10,00 een exemplaar kopen. En als u daarna abonnee wilt worden (daar twijfelen we nu geen moment aan), geef dan uw gegevens even door aan onze ledenadministrateur Arie Schaap. U kunt bij hem aan de Noorddijkerweg 104 natuurlijk ook een exemplaar krijgen. Ondertussen hebben wij alweer vergaderd over de inhoud van ons blad voor volgend jaar. En dat beloofd weer een prachtige, interessante en geschiedkundig juiste uitgave te worden voor alle (ex-) Ursemmers, die de historie van hun dorp een warm hart toedragen. Maar de HKU doet méér: op dinsdag 18 november 2014 houdt Carel de Jong een lezing in de Nederlands Hervormde Kerk aan het Kerkepad 4 met als titel “Westfriese Cultuur in de 19e eeuw”. In het midden van de 19e eeuw heerste er in West-Europa een diepe depressie, vooral in de agrarische sector. Maar ook in de industrie en mijnbouw. Mannen waren werkeloos, vrouwen en kinderen moesten ‘meeverdienen”. En de prijs van de kaas bleef goed. Dat betekende welvaart voor de veehouderij. Op die welvaart was de West-Friese cultuur gebaseerd. Er ontstond een nieuwe manier van leven, met de stolpboerderij als middelpunt. Het hele sociale leven werd op zijn kop gezet en de boerenklasse ging zijn “rijkdom” uitdragen. De gevolgen daarvan hebben wij tot diep in de 20e eeuw kunnen meemaken in de taal, de kleding, de sierraden, het verenigingsleven etc. De geschiedenis zal doorspekt worden met voorbeelden en anekdotes en zal worden ervaren als een feest der herkenning. De entree is gratis en in de pauze kunt u voor slechts één euro een kop koffie of thee krijgen met natuurlijk een historisch koekje… Iedereen van harte welkom!

Nico Mulder

West-Friese Archeologisch Rapport 51

Maandagavond 4 maart 2013 werd door de heer Bartels van Archeologie West-Friesland het rapport nummer 51 overhandigd aan de burgemeester Sipkes en wethouder Vriend van de gemeente Koggenland over het archeologisch onderzoek langs een vergeten middeleeuwse bewoningsas aan de Zuidergouw in Ursem

zie http://www.archeologiewestfriesland.nl/

Boek over Westfriese middenstand

Elk dorp in West-Friesland had wel wat winkeltjes, neringdoenden. In de steden was dat aanbod nog veel groter. Het vierde deel van de Westfriese Historische Reeks is dit deel van de economische historie belicht.

Het Westfries Genootschap was voor de presentatie neergestreken in het dorpshuis De Torenschouw in Opperdoes, waar de lokale historische vereniging verderop in ’t Oûwe Jeudgeboûw een tentoonstelling over de middenstand heeft ingericht. En het is juist die middenstand die tussen 1850 en 1975 bepalend is geweest voor het sociale en economische leven in de regio. Ook is er een hoofdstuk geweid aan de Ursemse middenstand, geschreven door Harry van Doornum

Waar de eerste drie delen van de reeks zijn gewijd aan de agrarische geschiedenis, heeft het genootschap nu dus de winkeliertjes in de belangstelling gezet. Het heeft zes jaar geduurd voordat alle voorwerk kon worden afgerond.

Middeleeuws Ursem uit de schaduw

In opdracht van de Gemeente Koggenland voeren archeologen van Archeologie West-Friesland een onderzoek uit naar de middeleeuwse bewoning van het dorp Ursem in het plangebied De Tuinen. Bij het onderzoek de afgelopen dagen werden enkele proefsleuven aangelegd waarbij veel keramiek van kookpotten, kannen en divers afval van een verdwenen boerderij uit de periode 1175-1275 werd aangetroffen.
Deze vroege bewoning vond plaats op het dikke veenkus-sen dat de Westfriese ontginners hier aantroffen.

 

Koninklijke onderscheiding voor Harry van Doornum

Op vrijdag 27 april 2012 heeft Harry van Doornum een Koninklijke onderscheiding ontvangen voor zijn activiteiten die hij de afgelopen 35 jaar heeft verricht voor de Historische Kring Ursem en de Hervormde Gemeente Ursem c.a.. ‘s Ochtends werd hij opgehaald door de burgemeester van de gemeente Koggenland, waarna op het gemeentehuis de uitreiking van het lintje plaatsvond. Harry is al bestuurslid van de Historische Kring Ursem vanaf de oprichting. Tevens heeft hij de taken van voorzitter, secretaris en penningmeester een tijd lang vervuld. Daarnaast heeft hij vele artikelen welke gepubliceerd zijn in de jaarlijkse katern op zijn naam staan. Hij heeft het echt verdiend. Van harte.

Resultaat opgraving Ursemmer bommenwerper

Vanaf 1december 2011 is er in het gemeentehuis van Koggenland in Avenhorn een vitrine ingericht over de opgraving naar de Ursemmer bommenwerper in 2009. De voorwerpen die boven water zijn gekomen zijn door Nico Mulder van de Historische Kring Ursem aangevuld met wetenswaardigheden over de vlucht en de bemanning.